Ik moet je lief vinden

Het is zaterdagmorgen kwart over elf en ik drink rustig een kopje thee.
De gedachten aan de onderwerpen van het elf uur journaal kunnen mij niet helemaal loslaten.
Tegenwoordig lijkt alles, waar voorheen nauwelijks tot geen aandacht aan besteed werd, breed uitgemeten te worden.
Alsof je bij alles wat je doet tien keer moet nadenken of je het wel of niet moet doen.
Want als je maar één foute opmerking, actie of bericht op sociale media plaatst dan ben je wellicht een paar uur later al voorpaginanieuws.
Dat voorpaginanieuws is natuurlijk niet op de manier waarop je het zou willen, plus dat het verstrekkende gevolgen kan hebben voor de rest van je leven.
Wanneer ik daar aan denk word ik toch wat benauwd.

Gelukkig kan ik mijn gedachten even verzetten, want ik ga vandaag voor een carnavalskostuum kijken.
Vol verwachting en met een aardige vrolijkheid begin ik aan mijn looptocht naar de winkel.
Ik ben maar net op pad of er probeert een wesp mij aan te vallen.
Zo heldhaftig als ik ben sla ik de wesp dood en even voel ik mij een flinke jongen.
Tot dat er een vrouw achter mij knielend begint te huilen en ‘ moordenaar’ naar mij begint te roepen.
Verbaast kijk ik haar aan waarop de vrouw snikkend zegt ‘zo’n wesp heeft ook een leven, die heb jij nu verwoest… MOORDENAAR!!!’.
Opeens staat er een jochie van net 15 de situatie te filmen en zegt dat hij dit op YouTube gaat zetten.
Even komen de gedachten in mij op dat ik straks wellicht een arrestatieteam aan de deur krijg voor de moord op een wesp.
Gelukkig kan ik er een seconde later om lachen en besluit door te lopen.

Het centrum is in zicht en ik besef dat het niet ver lopen meer is naar de winkel.
Plots duikt er een jongen op die ik tot voor kort als goede vriend beschouwde en hij vraagt of ik even met hem wil praten.
Het contact is stuk gelopen na een ruzie die wij hadden over een meisje.
Omdat mijn gevoelens daarover nog niet zijn bedaard, lijkt het mij beter om nu niet met hem te praten en ik vertel hem dit dan ook.
Dat de jongen van origine niet Nederlands is, staat voor mij verder buiten kijf.
Bij een jongen van wel Nederlandse origine had ik precies hetzelfde gereageerd.
Toch lijkt de jongen enigszins verbaast te zijn dat ik het gesprek afwijs en voordat hij een opmerking kan maken mengt een oudere vrouw zich in het gesprek en schreeuwt ‘JIJ WILT ZEKER NIET MET HEM PRATEN OMDAT HIJ BUITENLANDS IS’.
Voordat ik op haar kan reageren schreeuwt zij verder ‘JA ZEG MAAR NIETS HOOR, IK HERKEN DIE TRUMP AANHANGERS UIT DUIZENDEN. JE KAN JULLIE RACISTEN AL HERKENNEN AAN DIE VUILE SMOELWERKEN’.
De eerste vraag die mij te binnen schiet is ‘wie beledigt nou wie?’.
Door het geschreeuw van de oudere vrouw is er een aardige menigte om de situatie heen komen te staan en verschillende mensen hebben hun camera aangezet.
De menigte kijkt ontzettend woedend naar mij, alsof ik zojuist die jongen heb proberen te vermoorden.
Om de situatie niet te laten escaleren besluit ik maar door te lopen en niet op het geschreeuw van de vrouw in te gaan.

Aangekomen bij de winkel kan ik dan eindelijk gaan kijken voor een carnavalskostuum.
Al is mijn vrolijkheid inmiddels minder, toch krijg ik weer veel enthousiasme als ik alle kostuums zie.
Ik besluit om er een paar beter te gaan bekijken om te oordelen of het iets voor mij is.
Het eerste kostuum dat ik pak is een pooier outfit.
Maar is dat wel zo handig bedenk ik mij gelijk.
Straks vindt er ergens op het plein een seksueel gerelateerd delict plaats en sta ik wellicht met deze outfit in alle #metoo berichten van het carnavalsweekend.
Ik besluit het kostuum terug te hangen en pak er één van Obelix.
Eigenlijk ziet dit kostuum er best mooi uit, maar ook dit besluit ik niet te nemen aangezien er misschien wel gedacht kan worden dat ik hiermee dikke mensen wil beledigen en dat wil ik absoluut niet.
Even speel ik met de gedachte om als vrouw naar carnaval te gaan, maar dat lijkt mij gezien de genderneutraal discussie van de laatste tijd al helemaal niet handig.
Ik kijk nog even rond, maar besluit uiteindelijk om helemaal niets te kopen.
De angst dat ik straks een outfit gekocht heb dat iets of iemand beledigd is te overheersend.
Misschien kan ik maar beter als mezelf gaan, dan weet ik zeker dat ik neutraal genoeg overkom.

Lichtelijk geërgerd besluit ik om weer terug naar huis te lopen.
Het was uiteindelijk een aardig avontuur zonder dat ik nu heb waarvoor ik daadwerkelijk ging.
Plots rolt er een voetbal voor mijn voet en ik schiet deze hard tegen een boom aan.
Dan verschijnt er een man van middelbare leeftijd die mij aangeeft dat de boom ook gevoel heeft en dat ik deze nu pijn gedaan heb door de bal zo hard er tegenaan te schieten.
Zijn daaropvolgende woorden zijn ‘ik schiet de bal toch ook niet zo hard tegen jou aan?’.
Ik besluit door te lopen waarop de man naroept ‘je kan het goed maken door de boom een knuffel te geven’.
Glimlachend loop ik door richting mijn woning.

Bij thuiskomst voel ik mijzelf best down en besluit dit op Facebook te plaatsen.
Een paar minuten later reageert een boze moeder op mijn status met de opmerking ‘Hoe kan jij je nu down voelen? Jij bent kerngezond! Je weet niet eens wat down is. Ik ben de moeder van een puberzoon die het syndroom van down heeft, dus ik kan weten waar ik over praat!’.
Nu besluit ik om de discussie wel aan te gaan en antwoordt ‘dat ik het erg vervelend voor haar vindt, maar dat mijn status niets met het syndroom van down te maken heeft en dus ook niet beledigend bedoeld is.
De vrouw biedt gelijk haar excuses aan en zegt dat zij te snel oordeelde over wat zij op haar tijdlijn voorbij zag komen.

Ik moet je lief vinden:
Het idee om dit stuk te schrijven is, omdat ik vind dat de laatste tijd van elk klein puntje een grote dramatiek wordt gemaakt waar daaropvolgend iedereen wel een mening over heeft. De tijden dat je zonder blikken of blozen iets kon zeggen of doen lijken anno 2018 tot het verleden te behoren. Of het nu in het dagelijkse leven is, of in de digitale wereld. Schrijf, zeg of doe je iets wat tegen de stroming in is, of waar de publieke opinie een andere mening over heeft dan wordt er gelijk met een corrigerend vingertje naar je gewezen. In veel gevallen zelfs zonder enige vorm van kennis omtrent de situatie. Voordat jezelf je verhaal kan beargumenteren staan er al tientallen mensen klaar om je neer te halen, je te beledigen of zelfs met de dood te bedreigen. Of je het nu ergens wel of niet mee eens bent, als iets maatschappelijk gezien door je strot wordt geduwd heb je het maar te accepteren. Zo niet, dan moet dit je even heel duidelijk worden gemaakt. Betutteling den top als je het mij vraagt. Ik vraag mij af hoe deze betutteling zich nationaal en internationaal verder gaat ontwikkelen. Daarbij vrees ik dat wanneer deze lijn zich doorzet, er een dag komt dat deze situatie compleet gaat escaleren.