Met lood in de schoenen

7 uur in de morgen.
Jill haar wekker gaat.
Weer een nieuwe dag.
Maar zo nieuw de dag is, zo’n herhaling is het dagelijkse concept.
Daarbij zijn er nog andere problemen.
Alleen kan Jill er met niemand over praten.
Niemand heeft tijd voor haar.
Althans dat lijkt zo.
Iedereen is druk of doet druk.
Als er dan eens wat tijd over, dan tja…

Jill is een 22-jarige vrouw.
Zij is erg zelfstandig ingesteld.
Woont op haar zelf, al zit zij nog veel bij haar ouders.
Vrienden heeft Jill niet en een relatie heeft zij geen behoefte aan.
Jill is verder best oké.
Zij kleedt zich leuk en mag best gezien worden.
Toch kan Jill het beste omschrijven als een grijze muis.
Zij valt niet echt op en lijkt soms zelfs wat gepest te worden.
Gepest op het werk dat steeds erger lijkt te worden.
Mentaal gaat het steeds slechter met Jill.

Terug naar de nieuwe werkdag dat op het punt van beginnen staat.
Jill stapt onder de douche en is erg gespannen.
Al die tijd is haar een mooie toekomst beloofd, maar nu zit zij in deze situatie.
Eigenlijk zal Jill haarzelf ziek willen melden, maar zij durft niet.
De werkvoorraden zijn ontzettend hoog.
De bezetting is erg laag.
De leidinggevende moet steeds schuiven om gaten dicht te lopen.
Een zieke Jill zal wel het laatste zijn wat zij kunnen gebruiken.
Met tegenzin begint Jill na het douchen en aankleden aan het ontbijt.
Dan pakt zij haar spullen en vertrekt richting de trein.

Jill is inmiddels op het perron aangekomen en het is erg druk.
Zuchtend kijkt Jill voor haar uit en beseft dat ze waarschijnlijk weer moet staan.
De trein komt eraan en inderdaad Jill moet weer staan.
Met haar hoofd naar beneden gericht vraagt zij zich af waarom zij nog leeft.
Al heeft haar moeder haar altijd gezegd dat zij positief moet blijven.
Na ongeveer 20 minuten arriveert Jill haar trein op het station.
Het is vanaf daar nog ongeveer 10 minuten lopen naar haar werk.
Onderweg begint het vanuit het niets heel hard te regenen.
Jill haar kleding is drijfnat bij binnenkomst.
Eenmaal op de afdeling vraagt de manager ‘zo Jill, ben je zwemmend hierheen gekomen?’.

Jill heeft inmiddels haar computer opgestart en is ingelogd.
Dagelijks krijgt zij wel met vervelende opmerkingen te maken.
Het is voor Jill al meer een routine geworden dan een verrassing.
Ook is ze vroeger op school al regelmatig gepest.
Het dieptepunt daarin was wel dat 3 klasgenoten haar schoenen in het water hadden gegooid.
Toen Jill hulp van de docent vroeg was z’n antwoord ‘ dan moet je maar beter op je spullen letten’.
Jill moest toen op haar sokken op een koude Herfstachtige dag naar huis.
Hiervoor heeft Jill therapie gehad en is zij er bovenop gekomen.
Even ging het erg goed met Jill.
Tot dat het pesten op het werk terugkeerde.

‘Jill wil je vandaag even een tandje harder dan normaal werken?’ vraagt de manager haar dringend?
Jill werkt dagelijks al alsof de duivel op haar hielen zitten, maar blijkbaar is dat niet genoeg.
Naar het koffieapparaat lopend bedenkt Jill een goede strategie voor deze dag.
Eenmaal bij het koffieapparaat aangekomen staat een andere collega daar al.
Deze collega schenkt voor de hele afdeling, maar is Jill vergeten.
‘Oh sorry, ik heb jou geniet’ zegt deze collega sarcastisch.
Vervolgens duwt slaat hij ‘per ongeluk’ met z’n hand een vol bekertje koffie dat al klaarstond om.
Jill haar kleding zit nu ook nog eens onder de koffie.
‘Oeps’ zegt de collega sarcastisch en vervolgt z’n zin met de tekst ‘maar nu heb je alsnog je koffie van mij’.
Jill haar tranen staan in haar ogen, maar zij wilt niet dat haar collega het ziet.

Een kwartier later heeft Jill haar kleding zo schoon mogelijk weten te krijgen en wilt dan eindelijk aan haar werk beginnen.
‘Zo en waar was jij een kwartier lang?’ schreeuwt haar manager naar Jill.
Jill probeert alles uit te leggen, maar haar manager toont geen medeleven.
‘Ik heb ook echt niets aan jou’ roept hij vervolgens terwijl hij boos wegloopt.
Uiteindelijk kan Jill dan echt beginnen aan haar werkdag.
Na een vlammende start kijkt Jill rond en ziet dat haar collega’s alleen maar lachen met elkaar.
De manager lijkt het allemaal wel goed te vinden en lacht soms zelfs mee.
Het lijkt erop dat Jill de enige is die zich zo uitslooft.
Maar zo positief als zij is gaat Jill door met haar werkzaamheden.
Terwijl haar collega’s bijna allemaal tegelijk een rookpauze houden werkt Jill door.

Het enige waar Jill op dit moment nog aan kan denken zijn de volgende zinnen:
‘Ik moet nog beter mijn best doen’.
‘Ik moet nog harder werken’.
‘Ik moet nog minder tijd onnodig verspillen’.
‘Op dit moment ben ik niet goed genoeg’.
‘Op dit moment verdien ik dit’.
‘Misschien ben ik ook echt wel de oorzaak van al mijn problemen’.
Als een langspeelplaat herhalen alle zinnen zich continu.
Jill weet van geen ophouden meer en heeft in haar eentje tot nu toe net zo veel gedaan als de rest van de afdeling.
Dan is het inmiddels 12 uur en Jill besluit te gaan lunchen.

Aanspraak met collega’s heeft Jill niet, dus gaat zij ergens in het park zitten.
Een park waar kinderen vrolijk rondrennen en iedereen gelukkig lijkt te zijn.
‘Waarom mag ik niet gelukkig zijn?’ denkt Jill.
Jill zal het liefst in huilen willen uitbarsten, maar dat gaat niet.
Daarbij zal waarschijnlijk niemand haar troosten.
Jill staart naar de mensen die het wel leuk hebben.
Dan is de pauze bijna voorbij.
Jill moet weer terug naar haar werk, maar bij die gedachten lijkt zij helemaal te blokkeren.
Hoe graag zij ook naar huis wilt, zij besluit toch te blijven.
En dus loopt zij weer het bedrijfspand in.

2 uur in de middag.
Er staat een vergadering gepland.
Jill is daarbij aanwezig.
Aan een grote ronde tafel zit uiteindelijk de hele afdeling.
Na een aantal algemene mededelingen komt het onderwerp ‘Resultaten’ aan de orde.
De manager laat weten niet tevreden te zijn en vindt dat er meer afgedaan moet worden.
Omdat de individuele cijfers moeilijk te achterhalen zijn, worden alleen de algemene cijfers genoemd.
En inderdaad deze zijn niet goed.
Dan zegt een collega ‘ach we hebben gelukkig Jill nog’.
Een andere collega zegt ‘die doet volgens mij net zo veel af als dat ze zegt, helemaal niets’.

De manager is niet blij met deze opmerkingen en vraagt of iedereen z’n aandacht bij de kern van het probleem wilt houden.
Daarop reageert een andere collega weer ‘is Jill dat dan niet?’.
De manager laat die opmerking gaan, maar Jill kan het niet meer aan.
Huilend verlaat zij de vergadering en gaat terug naar haar werkplek.
Zij sluit haar computer af, trekt haar jas aan en loopt weg.
Dan verschijnt haar manager en zegt ‘heb jij hiervoor wel verlof ingediend’.
Snikkend antwoordt Jill ‘ik meld mij bij deze ziek’.
Haar manager antwoordt met ‘jij bent helemaal niet ziek, jij blijft hier tot dat jij naar huis mag’.
Jill negeert deze opmerking en loopt richting de uitgang.
‘Hierover is nog niet het laatste woord gezegd’ schreeuwt haar manager haar na.

Jill zit zo diep in haar emoties dat zij niet meer weet wat zij doet.
Eenmaal aangekomen op het station wacht zij weer op haar trein.
Al heeft zij nu een ander besluit genomen.
De trein nadert meer en meer het station.
Jill kijkt nog een keer en sluit vervolgens haar ogen.
Dan trekt iemand aan haar arm waarna zij achterover valt.
‘Ben jij helemaal gek geworden?’ vraagt een geschrokken vrouwenstem.
Van alle kanten komt er hulp aangerend om bij de ontstaande situatie te assisteren.
Jill wordt meegenomen door de spoorwegpolitie.
Na een lang gesprek wordt zij overgedragen aan het crisisteam.

Terwijl Jill nu de hulp krijgt waar zij zo de behoefte aan heeft wordt er op haar werk een onderzoek ingesteld.
Het onderzoek dat de gang van zaken omtrent Jill helder moet krijgen.
Vooral de manager en een aantal collega’s worden hierover aan de tand gevoeld.
Inmiddels is deze kwestie ook in de media gelekt en vanuit ’t hele land neemt de kritiek op het bedrijf flink toe.
Diverse mensen roepen zelfs om op het genoemde bedrijf te boycotten.
Nadat het onderzoek is afgerond wordt er schoonschip gemaakt en worden de manager en 3 collega’s op non-actief gesteld.

Ook worden zij strafrechtelijk vervolgd voor wat er Jill is overkomen.
Echter lijkt dit het bedrijf zelf niet meer te redden en na 3 maanden het doek.
Met Jill zelf lijkt ondertussen steeds beter te gaan.
Zij voelt zich beetje bij beetje gelukkiger en heeft zelden nog suïcidale gedachten.

Inmiddels is het iets meer dan een jaar verder en is Jill genezen verklaard.
Jill maakt weer volledig deel uit van de maatschappij en werkt zelfs weer 2 dagen in de week.
Sinds een tijdje heeft Jill een leuke man leren kennen waarmee zij nu een relatie heeft.
Zij wonen zelfs al samen en denken al na over de toekomst.
Iets waar Jill een jaar geleden alles behalve aan kon denken.
Het geluk kent van geen ophouden, want Jill is ook nog eens in verwachting van haar eerste kindje.
Het was dan wel niet gepland, maar het jonge stel heeft besloten om het kind toch te houden.
‘Een geschenk van God naar alles wat er is gebeurd’ noemen zij het.
Buiten alle mooie ontwikkelen, zit Jill nog wel met een vraag.
Wie was die vrouw die haar leven redde?

Een week later trekt Jill haar stoute schoenen gaan en begint een zoektocht via sociale media.
Na een paar dagen verschijnt er een bericht waarin een vrouw aangaf dat zij de gezochte vrouw is.
Zij zal Jill graag willen ontmoeten en deze volgt al snel.
Jill en de vrouw omhelzen elkaar stevig bij het weerzien.
Uiteindelijk besluiten de dames ergens wat te gaan drinken.
De vrouw geeft gelijk aan dat zij voelde dat zij op dat moment moest ingrijpen.
‘Die houding, die blik, het sluiten van de ogen, ik dacht ik moet nu iets doen’ vervolgt de vrouw haar verhaal met een trillende stem.
Jill geeft aan dat elke vorm van dank je wel nog te weinig zal zijn met hoe dankbaar zij is.
De vrouw reageert met een glimlach ‘het meest dankbare ben ik dat jij nog leeft en je nu gelukkig bent’.
Na een emotionele ontmoeting nemen de dames afscheid van elkaar en zullen met elkaar contact blijven houden.

Iets meer dan een half jaar later is het grote moment daar.
Jill is bevallen van een gezonde dochter en het jonge gezin is door het dolle heen.
De ouders van Jill zijn ook erg blij dat zij opa en oma zijn geworden.
‘Ik kan niet stoppen met huilen van blijdschap’ zegt de kersverse oma.
Ook de kersverse opa kan zijn tranen niet bedwingen als hij over ‘het wonder’ praat.
De vriend van Jill, waarmee zij inmiddels verloofd is, heeft inmiddels meer financiële mogelijkheden waardoor zij binnenkort kunnen gaan verhuizen.
De vrouw die Jill haar leven gered heeft komt binnenkort ook op kraamvisite.
Ook zij is ontzettend trots op Jill.
De levensreddende vrouw, die in het dagelijkse leven Stephanie heet.
Als waardering voor Stephanie, is Jill haar baby naar haar vernoemd.